Kerkgeschiedenis

 

Sinds 1 mei 2005 zijn de voormalige Hervormde- en Gereformeerde gemeenten in Reitsum toegetreden tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De hervormde gemeente is in 1968 een samenwerkingsverband aangegaan met de Hervormde gemeente Birdaard-Janum .Deze combinatie is in 1981 uitgebreid met de Gereformeerde Kerk te Reitsum en de Hervormde gemeente te Wanswerd. In 2004 is de samenwerking met de Hervormde gemeente Birdaard-Janum beëindigd en heeft men ook in Burdaard samen met de Gereformeerde gemeente een PKN gemeente gevormd.
Hierna volgt een korte beschrijving van de gebeurtenissen in en rondom de Hervormde- en Gereformeerde gemeente te Reitsum c.a. vanaf de hervormingstijd 1580 tot en met de doleantie. Het navolgende is grotendeels ontleend aan het boek “Uit de geschiedenis van de grietenij Ferwerderadeel” geschreven door W.K. van der Veen en “Kerken op de Vlieterpen” geschreven door Arend Jan Wijnsma in het kader van Monument van de Maand in augustus 1989.


In 1580 had in Friesland de kerkelijke omwenteling plaats waarbij voorgoed de Hervormde leer zegevierde en de Rooms-katholiek gebleven geestelijken hun plaats moesten afstaan aan predikanten die de Gereformeerde leer verkondigden. Te Genum was pastoor Frans Sybrands, die hier al in 1570 dienst deed, tot de Hervorming overgegaan en zo waarschijnlijk de eerste predikant geworden. De gemeente te Genum is in 1605 gecombineerd met Reitsum en Lichtaard. De laatste pastoor van Reitsum word niet met name genoemd, ds.Arnoldus Annius (Annii),die Jislum als standplaats had, verzorgde tevens de gemeenten Reitsum en Lichtaard, waarheen hij later beroepen werd en op hoge leeftijd in 1612 nog stond. Ds Arnoldus Annius was eerst pastoor geweest te Birdaard en vervolgens te Jislum, waar hij, volgens eigen zeggen op de landsdag in maart 1579 “het koorkleed met de mantel zou verwisselen”.


De Gouden Eeuw kenmerkte zich door het grote verschil tussen leer en leven bij de voorgangers. Op de levenswandel van tal van predikanten viel wat aan te merken en de synoden hebben dan ook uit den treure moeten berispen, vermanen en straffen over zonden als dronkenschap en meerdere ongerechtigheden die hier uit voortvloeiden. Wij noemen hier alleen de Reitsumer voorgangers die een scheve schaats reden in die tijd. Ds. Focko Cornelis Birdama was herhaaldelijk onder invloed hij werd in 1643 afgezet. Ds OttoLambergen was ook niet altijd nuchter maar bij hem kwam het niet verder dan een ernstige vermaning.


In de Franse tijd deed Ds.Joha van Reitsum van zich spreken. Hoewel het grootste deel van de Friese predikanten tot de oranje-gezinden werd gerekend, hebben de meeste toch tenslotte lijdelijk zich onder het vreemde bewind geschikt. Ook waren er voorgangers, zoals ds.Joha , die hun vreugde over de omwenteling niet onder stoelen of banken staken en een vooraanstaande plaats innamen op politiek terrein. Door middel van een publicatie op 20 februari 1795, ondertekend door de burger Thomas Joha de Reitsumer dominee in zijn kwaliteit van voorzitter der “Provisionele Representanten van het Volk in Friesland”, werd het volk kennis gegeven dat het erfstadhouderschap “gecasseerd, geannuleerd en vernietigd” is. In 1787 zijn veel patriotten (Frans gezindten),na de mislukte opstand in Franeker, gevlucht naar Bremen in Duitsland en Duinkerken. Velen van hen keerden in 1795 weer terug zo ook jonker Sicco Douwe van Aylva, een telg uit het roemruchte geslacht dat eeuwen lang het Grietmanschap in West-Dongeradeel had bekleed.


Sicco Douwe van Aylva was ongehuwd woonde op Hania-State wat even ten zuiden van Holwerd stond. Hij was bevriend met ds.Joha deze heeft hem in Bremen opgezocht samen troffen zij een regeling waarbij de eigendommen van de jonker overgingen naar diens zuster freule Elisabeth Anna. Uit de opbrengst van de huren moest zij broer Sicco onderhouden en zijn schulden saneren. Tot zaakwaarnemer van de freule werd ds. Joha benoemd. In juli 1791 komt de ongehuwde freule te overlijden en wordt ds. Joha van zaakwaarnemer erfgenaam. Tot de inboedel behoorde niet alleen Hania-State maar ook nog een huis in Leeuwarden. Joha voelde zelf dat hij de erfenis van zijn vriend Sicco moest bewaren, tot deze terugkwam, maar zag er tegen op om het comfort, dat hij op deze wijze genoten had afstand te doen. Zo ontstond er een verwijdering tussen de twee vrienden, die in een jarenlange pennenstrijd uiting vond en een tijdlang heel Friesland beroerd heeft. Met zijn vroegere vriend werd 11 april 1801 per advertentie in de Leeuwarder Courant vrede gesloten. Als afgevaardigde van Friesland naar de Staten Generaal ging ds.Joha naar Den Haag. hij werd de voorman van de federalistische stroming. Zijn verblijf in Den Haag was van korte duur de unitaristen verjoegen hem naar Groningen in 1798 keerde Joha in Reitsum terug. Zijn rol in de politiek was uitgespeeld hij kon zich weer bezig houden met het ambt van predikant en met andere zakelijke activiteiten.  Ds. Joha heeft in Reitsum veel land aangekocht zijn dochter Maria Thomas is getrouwd met Pieter Aukes die in 1812 de naam Joha aannam en landbouwer, diaken en loco-maire(burgemeester)was te Lichtaard.

 

 


ds. Ploos van AmstelOp 11 oktober 1863 deed ds. Johannes Jacobus Asueres Ploos van Amstel intrede in Reitsum als predikant van de Hervormde gemeente van Reitsum, Genum en Lichtaard. De vader van ds. Ploos was gemeenteontvanger in Nieuwer Amstel hijzelf was eerst werkzaam in de boekhandel en notarisklerk hij studeerde later in Utrecht theologie. hij kreeg zijn eerste beroep uit Otterloo en deed daar op 14 april 1861 intrede. twee en een half jaar later vertrok hij naar Reitsum. In 1866 aanvaarde hij een beroep naar Anjum later ook naar Ridderkerk en Groningen. Toen hij in Groningen stond kreeg hij 1870 weer een beroep naar Reitsum hij nam het beroep aan maar overschreed de drie weken bedenktijd. Het klassikaal bestuur keurde het beroep niet goed en daarop aanvaarde hij het beroep naar Hilversum. In 1876 ging hij voor de tweede maal naar Reitsum en hield zijn intrede preek over dezelfde tekst als in 1863. Op 10 februari 1886 deelde hij in een vergadering van de Friese vereniging van Gereformeerde predikanten(predikanten in de Hervormde Kerk, die opkwamen voor handhaving van de oude, gereformeerde belijdenisgeschriften) mee dat zijn gemeente de avond te voren “het verband met de synodale organisatie had verbroken.


De doleantie was een feit vrijwel de gehele gemeente ging mee. De synode verklaarde op 13 april 1886 de Hervormde gemeente te Reitsum c.a. vacant en droeg de Classis Dokkum op” om te doen wat des kerkeraads is”. De ring van Holwerd moest zorg dragen voor vervulling van de predikbeurten. Ds. Ploos bleef gewoon doorpreken in de Hervormde Kerk, hoewel hij was geschorst en de band met de gemeente officieel was verbroken. Tot de opening van de Gereformeerde Kerk op 10 november 1896 werd er gekerkt in de Hervormde Kerk . Ds.Ploos heeft de opening van de nieuwe kerk niet meer mee mogen maken hij overleed op 2 augustus 1895 en is in Reitsum begraven.


Op 4 juli 1897 werd hij opgevolgd door ds. H. Meijer. Ds.R. van Reenen en de predikant-auteur ds.D. van der Meulen , wiens feuilletons uit de “Friesche Kerkbode” gebundeld het licht zagen onder de titel “Uit Friesdorp” dienden de gemeente.
De Hervormde gemeente kreeg als nieuwe predikant op 11 juli 1897 ds. Gerrit Jan Antink afkomstig van Parraga en het latere kamerlid ds. C.A. Lingbeek. Precies 100 jaar na de doleantie nl. in 1989 kerken de beide gemeenten weer samen in één Kerk op de terp van Reitsum.